Economie LandbouwVoor binnenlands verbruik wordt vooral rijst verbouwd; van het totale landbouwareaal wordt eenderde in beslag genomen door de natte rijstbouw. Import van rijst blijft echter noodzakelijk. De verbouw van rijst is erg kleinschalig: 70% van de ca. 1,8 miljoen rijstboeren bezit minder dan een halve hectare rijstland. De overheid probeert door sanering schaalvergroting teweeg te brengen, maar voor de arme boeren zijn er nauwelijks alternatieven. De plantagesector is van zeer grote betekenis: ca. een derde van Sri Lanka's bnp is afkomstig van de verbouw en export van thee, rubber en kokosnoten. De kokosnoot wordt vooral door kleine bedrijven verbouwd. Sri Lanka is nog steeds de grootste thee-exporteur ter wereld. Andere exportproducten zijn: noten, kaneel, koffie en cacao; maïs wordt geproduceerd voor de binnenlandse markt. De veestapel omvat koeien, buffels, varkens, geiten, schapen en pluimvee. Runderen en buffels worden vooral als trekdier gebruikt. De visserij wordt op zee en in de binnenwateren beoefend; er wordt ook op parels gevist. IndustrieDe omgeving van de hoofdstad Colombo is de enige streek in Sri Lanka met industrie van enige betekenis. Belangrijkste producten zijn grafietproducten, geneesmiddelen, textiel, keramische producten, cement, kunstmest, papier, leer, plantaardige oliën zoals citronella, suiker en rubberproducten. De overheid streeft naar importbeperking en nationaliseerde vele industrieën tussen 1971 en 1977; daarna werden particuliere bedrijven echter sterk aangemoedigd, o.a. door de instelling van een vrijhandelszone nabij Colombo en door gunstige belastingfaciliteiten. Vooral de kleding- en textielindustrie profiteerde hiervan, en is nu een van de belangrijkste deviezenverdieners. Deze tak van industrie is op dit moment goed voor meer dan de helft van alle exporten en 70% van de industriële exporten (1973 1%!!) en exporteert vooral naar de Verenigde Staten en naar de Europese Unie. De productie van kleding en textiel vindt alleen plaats in drie vrijhandelszones. |
|

